🧭
📝Home/Valuable perspectives/🧭De andere kant van de bult

De andere kant van de bult

Ik zit in onze camper, midden in het bos. Het regent zachtjes. Ik ben vandaag nog niet echt naar buiten geweest, ook al word ik er aan alle kanten door omringd. Want ik ben “even” bezig. Mijn hoofd zit vol met een lijstje, en bij elk punt denk ik: dat kan ik even met AI doen. Even uitpluizen. Even optimaliseren. Even kijken wat Claude Code ervan maakt.
Dat “even” is de afgelopen maanden een vast patroon geworden. Het begint met een intentie. Ik typ wat ik wil, en tien minuten later is het er, vrijwel volledig uitgewerkt. Mijn brein tintelt. Het voelt in eerste instantie geweldig. Maar die tinteling slaat steeds vaker om in onrust. Omdat er in de creatie geen fysieke weerstand meer zit, blijven de ideeën zich opstapelen. Ik denk het, en binnen tien minuten bestaat het. Dan begint het schaven. Het grote probleem is: doordat frictie ontbreekt, stopt dat schaven niet. Voor ik het weet is het vier uur later, zit mijn hoofd vol met concepten, maar zit ik in m’n eentje achter mijn beeldscherm. Terwijl mijn lichaam naar buiten wil.
Ik werk op het snijvlak van ontwerp, technologie en sociale innovatie. Sinds 2018 als ZZP’er. Ik ontwerp processen, faciliteer co-creatieve sessies, coach designstudenten. Ik geloof dat de antwoorden al in de groep zitten, en dat je ze alleen zichtbaar hoeft te maken. De afgelopen jaren onderzoek ik steeds meer hoe AI daarbij kan helpen: als mensen samen iets proberen uit te vinden en te bouwen. Iets minder dan een jaar geleden begon ik met Claude Code. Niet om software te ontwikkelen, maar om op zoek te gaan naar grote patronen in tientallen sessietranscripten. Al die experimenten kwamen uiteindelijk samen in de Social AI Veldgids: twaalf technieken, drie fases en zes principes. Eigenlijk alle geleerde lessen uit de praktijk, over AI en menselijke samenwerking, gebundeld tot één geheel.
Van nature ben ik altijd een maker geweest. De houten tuintafel thuis: van het tekenen tot het zagen en lijmen. Het gepuzzel met het schroefdraadsysteem, het eindeloos schuren en in de olie zetten. Of onze camper, die ik samen met mijn vriendin ombouwde. Dat gevoel ken ik goed: iets maken met je handen, en er daarna aan zitten, of in rijden, en denken: dit hebben we gemaakt.
Maar de laatste maanden is dat makende gevoel verschoven. Als experiment bouwde ik in nog geen twintig uur een werkend app-prototype. Ik moest hiervoor de richting bepalen, en het kostte me mentaal veel energie en eindeloos verfijnen. Steeds reageren op wat er uitkwam: oeh, misschien dit nog, en dat kan beter. Maar het voelde fundamenteel anders dan zelf het hout zagen. Fysiek gereedschap, of dat nou een Festool-zaag of de trackpad van een MacBook is, versterkt wat ik kan. Maar AI bouwt zelfstandig. Je moet het aanzetten, je moet nadenken waar je het op richt, maar het maakvermogen voelt anders.
Iets vergelijkbaars merkte ik toen ik een set autootjes voor mijn neefje printte op mijn 3D-printer. Het model had ik niet zelf gemaakt, maar ik koos het filament, de kleuren, de afwerking. Ik had hem in gedachten terwijl ik de kleuren koos. En dat is eigenlijk wat het verschil maakt. Een handgeschreven kaart is iets heel anders dan een boeket dat je online bestelt en dat bezorgd wordt door iemand die je niet kent. De moeite die je ergens instopt is aandacht. Aandacht die je aan iemand hebt gegeven, ook in afwezigheid. Als een kind iets voor je maakt op school, dan is dat niet mooi omdat het mooi is. Het is mooi omdat ze aan je hebben gedacht terwijl ze het maakten. Neem die moeite weg, en wat overblijft is een transactie.
Het verschil schuilt in weerstand. Weerstand dwingt me te vertragen, en in die vertraging ontstaat ruimte voor bewuste aandacht.
Dat voel ik terug in mijn Veldgids. Hoewel de vlieguren en inzichten van mij zijn, nam AI in het structureren ervan zoveel denkweerstand weg, dat mijn brein het niet heeft opgeslagen alsof ik het woord voor woord zelf heb getikt. Uit mijn hoofd kan ik de zeven pagina’s van fase twee niet allemaal blind oplepelen. Het voelt alsof ik de dirigent van een orkest ben geworden: ik overzie de grote lijn, maar ben ontkoppeld geraakt van het bespelen van het instrument. Is dat erg? Ik weet het niet. De kennis is van mij. De ervaring die erin verpakt zit is van mij. En zonder AI had de Veldgids er niet geweest, dat weet ik bijna zeker. Mijn regel was: er mag alleen iets in staan waarvan ik, als iemand het me vraagt, op mijn eigen geheugen kan vertrouwen om een antwoord te geven. Dat fundament staat. Maar de spanning tussen wat gaaf en wat zonde, die voel ik elke keer.
Het sluipende karakter ervan is wat me het meest raakt. Dagenlang zit ik comfortabel geïsoleerd te schaven. Omdat het niet vastloopt, dicteer ik weer een nieuw concept en druk ik nog tien keer op enter voor een volgende iteratie. Soms herken ik het idee als het opkomt. Oh ja, dit is weer zo’n dingetje dat ik nu zou kunnen uitvoeren. En dan de vraag: wil ik dit nu doen, of wil ik naar buiten? Soms lukt dat. Soms niet. Ik zit er middenin.
En ik denk niet dat ik de enige ben. Australië heeft onlangs social media verboden voor kinderen onder de zestien. De impact van sociale media voelen we allang, maar pas nu beginnen we ernaar te handelen. Ik denk dat met AI iets vergelijkbaars gaat gebeuren, maar sneller en met meer impact. Want waar social media inspeelt op vergelijking, raakt AI volgens mij iets fundamentelers: creatie zonder moeite.
Ons welzijn draait voor een groot deel op een handvol hormonen: dopamine, serotonine, oxytocine en endorfine. Die gaan over dingen doen, erbij horen, verbinding voelen, en het gevoel dat je ergens moeite in hebt gestoken. Ons biologische fundament is gebouwd op waarde creëren voor onszelf en voor anderen. Op moeite. Op van nut zijn. Neem dat weg, en iets klopt er niet meer. Dat voelt volgens mij niet als toeval.
Als technologie straks ons kenniswerk kan overnemen, en ik denk dat dat kan gebeuren, dan gaat het volgens mij niet meer alleen over werk. Dan gaat het over voldoening. Over wat maakt dat je ’s avonds op de bank zit en denkt: vandaag was een goede dag.
Ik heb daar nog geen antwoord op. Maar ik vermoed dat het iets te maken heeft met van nut zijn voor andere mensen. Met je handen gebruiken. Met de stroefheid van echte menselijke samenwerking: de discussie, het ongemak, de afstemming, en de vreugde van gedeeld succes. Ik vraag me af of de ruimte die AI vrijmaakt niet precies de kans is om onze moeite ergens anders in te stoppen: in verbinding, in samenwerken, in het langzame proces van echt naar elkaar luisteren.
Misschien hou ik mezelf daarmee voor de gek. Misschien is het idee dat ik dit allemaal aan het uitpluizen ben ten goede van anderen gewoon een mooi verhaal dat ik mezelf vertel. Dat weet ik niet. Maar de nieuwsgierigheid is echt, en daar geef ik me aan over.
Hoe het eruitziet aan de andere kant van de bult, als we samenleven met technologie die slimmer is dan wij en die steeds meer kan van wat wij kunnen, dat kan ik nog niet zien. Volgens mij kan niemand dat. Maar er zijn mensen die er al over nadenken, en nog niemand heeft het antwoord.
Daarom heb ik uiteindelijk toch mijn to-do lijst gesloten, de camperdeur open geduwd en ben ik in de kou gaan wandelen. Door het bos, in de wind, af en toe een stukje zon. Al lopend heb ik dit artikel hardop gedicteerd in een voice memo. Er is iets met fysiek bewegen en hardop denken waardoor dingen beginnen te stromen. En er is iets met buiten zijn, tussen de bomen, waar niks oordeelt.
Natuurlijk ben ik daarna, eenmaal opgewarmd bij het tafeltje in de camper, weer achter mijn laptop gedoken om het concept samen met diezelfde AI uit te werken tot deze tekst. De ironie ontgaat me zeker niet. Maar die wandeling door de regen, die weerstand, die was van mij.